Bertoli, voorbij jaren zeventig

23 Feb 2015

Van Pierangelo Bertoli had ik nog nooit gehoord.

Op RAI radio was vanmorgen een uitzending over deze Italiaanse tegenhanger van Bob Dylan, Boudewijn de Groot, of de Cubaan Silvio Rodriguez.

De radio liet een protestlied uit de jaren zeventig horen. Het ging over de dictatuur in Chili. Een oorlog tussen “il cane che sfruta e l'uomo sfrutato.”

De “cani” (honden) hebben sindsdien aan het langste eind getrokken, en als de “uomini” (mensen) het ergens zelf voor het zeggen kregen, hebben ze er meestal een potje van gemaakt.

Maar waar is dit geluid gebleven? Bestaat de tegencultuur niet meer?

Ik heb mij altijd sterk verwant gevoeld aan de cultuur van de jaren zestig en zeventig. Dat komt omdat ik in 1967 geboren ben. Tegelijkertijd voelde ik mij verweesd. Ik had de middelbare school nog niet betreden of de laatste geitenwollensokkendragers deden hun uittrede.

Dat je de wereld kon verbeteren leek daardoor onmogelijk, nog voordat ik de kans had gekregen om het te proberen.

De Griekse financiële en economische crisis, aanslagen in Parijs, bombardementen in Syrie, vluchtelingen die bij honderden in de Middellandse zee verzuipen: reden te over voor een fris tegengeluid.

Heb ik van alles gemist? Of begin ik oud te worden?

Het is een mooi lied met een herkenbaar geluid: “Non vincono” van Pierangelo Bertoli.