Too cool?

19 Dec 2014

In tram 3 naar het Brusselse Noordstation staat een kleine, tengere zwarte man met een andere te praten.

Om half negen 's morgens, op negentien december, onder de grond van boulevard Anspach draagt hij een zonnebril, imitatie Ray-Ban model Aviator met pikdonkere glazen.

Wanneer hij zijn hoofd in mijn richting draait glanzen de glazen in de kleuren van de regenboog, zoals water glanst waar olie op drijft.

Zijn hoofd draait als dat van een zwarte rockster uit de jaren zestig, zeventig, alsof hij ergens in de ruimte om zich heen iets gedetecteerd heeft, wat weet hij niet precies, waar ook niet.

Hij draagt een lichtbruin hoedje, overduidelijk bedoeld om hip te zijn, maar ook het type hoedje, van wol, met een smal krullend randje, dat vroeger in Nederland gedragen werd door nette mannetjes uit nieuwbouwwijken waarvan je vermoedde dat ze een DAF reden.

De zwarte man heeft een puntbaardje, dat niet recht naar beneden steekt, maar schuin – en dus ook schuin naar voren. Een grijze, wollen sjaal hangt los om zijn schouders op de donkerbruine suède driekwartjas.

Hij praat met een Engels accent dat ik nog nooit gehoord heb. Het zal wel Caribisch zijn, aangezien hij tegen de andere neger zegt dat iemand in Jamaica iets voor hem gedaan heeft.

Voortdurend is hij met beide handen bezig om de grote, witte luidsprekers van zijn koptelefoon op zijn oren te zetten en ze er weer af te halen. Als er muziek uit de luidsprekers komt, hoort hij zichzelf maar ten dele, zou je zeggen, en verstaat hij waarschijnlijk niets van wat de ander terug zegt.

Hij vertelt iets over muziek. Hij is zo cool dat het niet anders kan dan dat hij het over muziek heeft. Hij kan ook niets anders dan muzikant zijn.

Of speelt hij dat hij zo cool is, dat hij niets anders dan muzikant kan zijn en het natuurlijk over niet anders dan muziek heeft?

Hij geeft de koptelefoon over aan de ander. “This is my album.” Vooral wat hij eraan toevoegt, klopt helemaal: “It's not masterised yet.”

Als ik de tram uitstap, wringt hij zich naar buiten, “pardon, pardon” zeggend in vlekkeloos Frans, rent het perron over en springt de klaarstaande tram in.